Dordt Control

Eline van der Vorm

Inspraak of toespraak

Anno 2017 vinden we allemaal dat de inwoner (ook buiten verkiezingstijd) wat te zeggen moet hebben over het bestuur van zijn of haar stad. Dat vinden we zo belangrijk dat we wollige taal hebben verzonnen om dat te duiden: ‘burgerparticipatie’, de ‘doe-democratie’, ‘actief burgerschap’, ‘inwoners in positie brengen’ en meer van dat soort terminologie.

We denken ook ontzettend veel na over hoe die inspraak dan vormgegeven zou moeten worden. Over bijeenkomsten, de mogelijkheden om in te spreken tijdens vergaderingen of het uitzetten van enquêtes. Sommige gemeentes hebben inmiddels een referendumverordening om ook op die wijze uiting te geven aan het belang van de mening van de inwoner.

De zoektocht naar het dichterbij ‘de gewone burger’ komen neemt echter soms wat rare vormen aan. In Dordrecht bijvoorbeeld is meerdere malen geprobeerd om een eigen digitaal burgerplatform op te zetten. De laatste poging was Argu. Aansluiten bij successen met een breed bereik zoals Facebook of Twitter, dat vindt men namelijk best heel erg eng want dat betekent ongefilterd commentaar. Argu was de oplossing. Toch niet. Al met al hebben de digitale ambities vele tonnen aan belastinggeld gekost en allen gingen zij ten onder aan een gebrek aan belangstelling.

We hebben in het (lokale) bestuur ontzettend veel aandacht voor het bereiken van de mening van onze inwoners. Terecht. De vraag: ‘wat wordt er vervolgens met die mening gedaan?’ vind ik echter nog interessanter.

In de praktijk merk ik namelijk nogal eens dat áls we dan al veel mensen hebben bereikt, en zij vervolgens in grote getalen en verenigd hun best doen de gemeenteraad te overtuigen, de beslissing uiteindelijk toch gemaakt wordt door partijpolitiek. Vooral als er al eerder een standpunt door partijen is ingenomen, want het blijkt een hele grote stap om te zeggen: wij wilden dit graag, maar er blijkt geen draagvlak voor, dus we laten het (voor nu) zitten.

In alle drang om ‘de burger te bereiken’ zouden we best wat meer stil mogen staan bij de vraag daarna: en dan? Anders blijk inspraak niet meer dan een toespraak.

 

 

 

Eerder gepubliceerd op: http://www.raadsledennieuws.nl/weblog/7515/inspraak-toespraak

 

(Niet) Fietsen in de binnenstad

Deze discussie begon in 2013 bij het vaststellen van het Verkeersstructuurplan Centrum. Een onderdeel van dat verkeersstructuurplan was het toestaan van fietsen in het kernwinkelgebied. Daar kwam toen vanuit de raad een hoop kritiek op en de wethouder zei in de vergadering over het verkeersstructuurplan toe dat er nog eens goed naar gekeken zou worden. Toen volgde het voorstel over fietsdoorsteekjes. Er zouden vier plekken in de stad komen waar fietsers vrij konden oversteken. Daarvoor zouden maar liefst 64 borden geplaatst of aangepast moeten worden.

Dat vond de meerderheid van deze commissie wat te gortig, dus dat plan werd verworpen en de ChristenUnie SGP en de Partij van de Arbeid kwamen met een motie met de strekking: dan geven we het toch helemaal vrij? En zo was het politieke cirkeltje weer rond. Uiteindelijk waren 20 raadsleden voor, 19 tegen; een hele krappe meerderheid.

Vervolgens belandde het huidige voorstel op de agenda. De wethouder stelt voor het fietsen in een groot deel van het kernwinkelgebied toe te staan de borden te beplakken met stickers.

De winkeliers van het gedeelte Voorstraat-Midden zijn nog gevraagd wat ze ervan vonden. Hun antwoord was “gemeente, doe dit alsjeblieft niet” en daarom heeft het college ervoor gekozen het gedeelte Voorstraat-Midden uit te zonderen van dit experiment.

Nu zult u zich misschien afvragen: vinden de winkeliers in de niet-uitgezonderde gebieden het dan wél een goed idee? Nou, dat weten we niet, want die zijn gewoon helemaal niets gevraagd. Volgens de raadsinformatiebrief worden winkeliersverenigingen in het centrumgebied voorafgaand aan de invoering wel even op de hoogte gesteld.

Hoe kan dat? Waarom worden die winkeliers niet gewoon gevraagd of zij onderdeel willen uitmaken van een fietsexperiment? Is dat misschien omdat we heel goed weten wat er voor antwoord op die vraag zal komen?

Een lid van onze partij is zelf recentelijk de winkelstraten ingegaan om eens niet-representatief te peilen hoe men erover denkt, maar kon geen positieve reactie ontdekken.

Vorige week kwamen een aantal mensen ons toespreken in de hoop de raad te overtuigen dat het toestaan van fietsers in een voetgangersgebied geen goed idee is. Die mensen vertegenwoordigen een enorme groep die zegt: gemeente, doe dit nou niet. Dit is te gevaarlijk, dit willen we niet.

Ik ga een aantal van de namen van tegenstanders van dit voorstel nog eens opnoemen:

  • Dordrechtse Ondernemersvereniging
  • Promotie Ondernemers Binnenstad Dordrecht
  • Koninklijk Horeca Nederland (afdeling Drechtsteden)
  • Centrale Vereniging Ambulante Handel
  • Culturele Instellingen Dordrecht
  • Dordrecht Marketing
  • Dordtse Seniorenbond

Als de betrokkenen bij deze discussie hier op onze zetels zouden zitten dan was de verdeling niet 19 tegen, 20 voor, maar 39 tegen en niemand voor.

Zelfs de voorstanders van het vrije fietsen zouden zich nu toch inmiddels wel achter de oren moeten krabben? Waarom hoor ik hier zo vaak het woord draagvlak vallen, behalve in deze discussie? Want de enigen die dit een goed idee vinden zitten tussen de muren van dit Stadskantoor, dat is wel duidelijk. En de fietsersbond, maar die staan er niet om bekend veel op te hebben met de belangen van andere verkeersdeelnemers.

We zijn hier in deze raad altijd zo vol van burgerinspraak en participatietrajecten en hebben zelfs een kansloos, prijzig apart digitaal platform gelanceerd om de mening van de burger te peilen. In deze discussie is de mening van zowel winkeliers als de bezoekers glashelder: er is geen enkel maatschappelijk draagvlak voor dit voorstel. En nu is het de vraag wat de partijen die hier voorstander van zijn met die wetenschap gaan doen.

Opvallend is ook de positie van de Partij van de Arbeid in deze discussie. Het was tijdens de bespreking van het verkeersstructuurplan, nét iets langer dan drie jaar geleden, notabene de Partij van de Arbeid die een amendement indiende om het vrij fietsen juist tégen te houden!

Ik citeer de heer Cobelens tijdens de middagraad van 26 november 2013:

“Met betrekking tot het fietsen in het kernwinkelgebied. […] In het plan wordt een pilot van een jaar voorgesteld om het fietsen in het kernwinkelgebied vrij te geven en de PvdA kan zich daar niet in vinden. We vrezen ongelukken tussen voetgangers en fietsers en voor de PvdA is het gewoon onduidelijk hoe aansprakelijkheid bij ongelukken is geregeld. Het kan niet zo zijn dat winkelend publiek meer bezig moet zijn met angstig om zich heen kijken dan met hetgeen waarvoor ze gekomen zijn: winkelen.”

De heer Van Verk van de Partij van de Arbeid verweet in diezelfde raadsvergadering de ChristenUnie/SGP  -voorstanders vanaf het begin- dat zij de economie een hogere prioriteit zouden geven dan de verkeersveiligheid van de voetgangers door vrij fietsen toe te staan.

Diezélfde partij dient nu een motie in samen met de ChristenUnie/SGP om vrij fietsen toe te staan! Voorzitter, ik zou de Partij van de Arbeid van 2017 toch willen vragen naar de Partij van de Arbeid van 2013 te luisteren.

Ook GroenLinks was toen nog een andere mening toegedaan. Voorzitter, ik citeer mevrouw Ruisch, zelfde raadsvergadering:

“waar het kan moet je het doen en waar het niet kan, moet je het laten. In de Voorstraat waar rijen mensen lopen, daar moet je niet fietsen.”

Ook GroenLinks van 2017 zou ik willen vragen vooral naar de woorden van GroenLinks van 2013 te luisteren.

Beter Voor Dordt is het helemaal eens met de Partij van de Arbeid. Althans, de Partij van de Arbeid van 2013 dan. Dit voorstel gaat voor ongelukken zorgen. Lopen door de binnenstad hoort een beleving te zijn. We hebben zoveel geïnvesteerd om de binnenstad aantrekkelijk te maken voor bezoekers, niet om er vervolgens een racebaan van te maken en iets onzinnigs te roepen over zelfregulerend verkeer.

Het is wel heel stoer om te zeggen “dat regelt zich allemaal zelf wel en die fietsers gaan wel afstappen als het druk is” maar winkelend publiek of jonge kinderen zijn nu eenmaal niet bedacht op fietsers. Als verkeer zo zelfregulerend zou zijn dan had wethouder Van der Linden een heel wat minder ingewikkelde portefeuille gehad.

“Maar in andere steden gaat het prima” is ook een veelgehoord argument. Dat is lang niet overal zo. Sinds 2013 mag je in Den Haag fietsen in de winkelstraten. Daar willen de lokale winkeliers echter terug naar de oude situatie omdat het toestaan van fietsers heeft gezorgd voor veel onveiligheid en dan gaat het met name om kinderen die daar lopen. Het college aldaar laat in reactie op de wanhopige winkeliers weten dat het “wel de bedoeling is dat fietsers en voetgangers rekening met elkaar houden en dat ze zich verantwoordelijk gedragen in het verkeer”.

En ook in Rijswijk was de fietsers te gast-constructie prachtig bedacht op het gemeentehuis maar dat oneindige vertrouwen in het rekening houden met elkaar lijkt in de praktijk toch niet opgewassen tegen de aantrekkingskracht van mobiele telefoons.

Sommige partijen horen we zeggen: “maar er wordt nu ook niet gehandhaafd”. Amper, inderdaad, maar als een voetganger nu wordt geschept door een fietser, dan zit de fietser per definitie fout. Immers, de fietser had daar niet mogen fietsen. Simpele discussie met betrekking tot aansprakelijkheid. Als zowel de voetganger als de fietser daar mogen zijn, dan krijg je een hele ingewikkelde discussie dat erop neer zal komen dat de voetganger vogelvrij wordt verklaard.

Bovendien bleek nog niet zo lang geleden uit onderzoek dat de meeste mensen fietsen omdat het goed is voor de gezondheid. Weet u wat ook goed is voor de gezondheid? Een stukje lopen naar de fietsenstalling.

Ik snap het wel. We hebben een wethouder die zichzelf fietsambassadeur mag noemen en het promoten van de fiets is helemaal populair in bestuurlijk Nederland. Maar fietsers zijn niet de enige kwetsbare verkeersdeelnemers. Het promoten van de fiets over de rug van de veiligheid van de voetganger, dat kan toch nooit de bedoeling zijn? Zijn wij er voor het fietscomfort of voor de verkeersveiligheid?

Bovendien heeft met dit voorstel fietsend Dordt zowat een cursus nodig om te begrijpen wanneer er nou wel of niet gefietst mag worden. Wel op het Statenplein maar niet tijdens markt, wél op de Voorstraat, maar weer niet op de Voorstraat Midden. Eenmaal ingevoerd ga je dit ook niet zomaar meer terugdraaien. Als iedereen een jaar door ons winkelgebied mag racen dan heb je een enorme inzet aan handhaving nodig om die regel terug te draaien.

Ik probeer niet alleen om een partijstandpunt uit te dragen maar spreek toch in de hoop een aantal raadscollega’s van andere fracties te overtuigen dat er naar de insprekers van vorige week geluisterd moet worden. Het zou van lef getuigen als een fractie nu zou zeggen “wij zouden dit plan graag willen maar het heeft geen draagvlak dus we laten het hier nu bij.” En voor de partijen die in een paar jaar tijd 180 graden gedraaid zijn zou ik willen zeggen: draai toch terug, want er is alle aanleiding toe.

Als dit niet gebeurd, en als de verhouding in de raad straks opnieuw 20 voor, 19 tegen is, dan vrezen wij echt voor de veiligheid van de voetgangers. En samen met ons al die partijen en inwoners die zowel in 2013 als nu hebben geprobeerd dit plan van tafel te krijgen.

Betrokkenheid begint bij informatie

Soms ben je als raadslid aan zet om antwoord te geven op complexe vragen die in je gemeente aan de orde zijn. Hoe gaan we om met de enorme duurzaamheidsopgave, wat doen we aan de wachtlijsten in de jeugdzorg, hoe zorgen we dat die achterstandswijk er weer bovenop komt?

Het gevaar bestaat dat in deze tijd van complexe vragen de eenvoudige onbeantwoord blijven. De betrokkenheid van menig inwoner bij zijn gemeente begint toch vaker bij de bouwplannen van de buurman dan bij de herijking van de legesverordening.

Lees verder

Code Oranje

Onze democratie is in zwaar weer. Dat zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de initiatiefnemers van ‘Code Oranje’. Zij willen de ‘politieke democratie herontwerpen naar een ‘coöperatieve’ democratie vanuit samenlevingskracht en burgerzeggenschap’. Dat soort taalgebruik wordt sowieso alleen verzonnen door doorgewinterde bestuurders.

Nou vooruit, en hoe gaan we dat doen dan?

Lees verder

Een monumentale vergissing

Ik heb het altijd bijzonder gevonden hoe iets waar iedereen het over eens is, zo slecht geregeld kan zijn. Als je het hebt over erfgoed en specifieker over instandhouding van onze monumenten, dan is vrijwel iedereen het erover eens dat dit belangrijk is. Monumenten zijn onze tastbare geschiedenis. Dat we daar zorgvuldig mee moeten omgaan, daar lijkt consensus over. Inmiddels is ook duidelijk dat veel monumenten in je stad niet alleen geld kost maar ook economisch gezien aantrekkelijk is. Mensen gaan liever vertoeven in een mooie stad dan in een karakterloos centrum ergens in Flevoland.

Lees verder

« Oudere berichten

© 2017 Dordt Control

Boven ↑